begroting 2019

3.7 Financiering

EMU-saldo

EMU-saldo

Op basis van deze begroting wordt voor 2018 een EMU-tekort verwacht van afgerond € 20 miljoen euro. Dit heeft vooral van doen met de investeringen in onderwijs (HWC e.a.), hetgeen in het navolgende overzicht staat verantwoord in de jaarschijf 2019 onder “4. Investeringen”.

In het uiterste geval kan op grond van de wet HOF bij een landelijke overschrijding van het EMU-saldo een deel van de Europese boete worden verrekend met de algemene uitkering.

2019

2020

2021

2022

1. Exploitatiesaldo vóór mutatie reserves

-12.420

-2.989

-4.611

-4.611

+ 2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

10.028

10.473

10.802

10.823

+ 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

4.404

4.413

4.415

4.417

- 4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-25.459

-18.723

-9.049

-4.519

- 5. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

2.665

-3.685

635

222

+ 6. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

4.042

- 7. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

-3.404

-3.453

-3.555

-3.406

Berekend EMU-saldo

-20.145

-13.964

-1.363

2.927

Meerjarenbalans t.b.v. EMU-saldo
In de BBV-voorschriften staat opgenomen dat de begroting een geprognosticeerde balans moet bevatten die tenminste de posten toont waarmee het gemeentelijk aandeel in het EMU-saldo kan worden herleid. Het EMU-saldo is gebaseerd op het volgende overzicht van geïnvesteerde middelen en financieringsmiddelen. In de bijlage "Meerjarenbalans" staat een volledige balans opgenomen.